Verklaringen wegwerkers

(De Sumatra Post 13 november 1917)

A.Knol wegopzichter
De heer Knol verklaarde dat hij gedurende 7 jaar werkzaam is op dat baanvak, waarop het ongeluk is gebeurd; dat de toestand op dat baanvak voor het ongeluk geschikt was voor het berijden van zware sneltreinen en dat hij niets bijzonders heeft opgemerkt wat met de oorzaak van het ongeval in verband zou kunnen staan en dat in de bovenbouw van den spoorweg niet eenig gebrek is waargenomen, dat niet door het ongeval is veroorzaakt.

De voorschriften van 1907 werden niet geregeld opgevolgd, omdat dit niet mogelijk was, daar het baanvak gedeeltelijk vernieuwd was. Op 4 juni was het baanvak geïnspecteerd en was alles in orde bevonden. Het ballastbed was maar zwak. Voorzieningen tegen het zoogenaamde  kruipen van het spoor waren niet afdoende, maar waren ook moeilijk te treffen.

Getuige had daags voor het rijden van de koninklijke trein orders gegeven aan den ploegbaas om verschillende voorzieningen te treffen op het baanvak, verschillende punten in orde te brengen. Enkele onregelmatigheden in de spoorbaan waren ontdekt, als klemmen enz. Dat dit door het zg kruipen van het spoor zou zijn veroorzaakt, was echter niet gebleken.

Gevallen van zogenaamd spatten op de spoorweg waren voor zover get. weet niet voorgekomen. Wat nu wel de oorzaak van het ongeval zal zijn geweest, kon hij niet verklaren.

Ploegbaas van de Velde
Hierna werd gehoord van de Velde, ploegbaas. Ook deze getuige had noch voor, noch na het ongeval iets bijzonders waargenomen, waardoor het ongeval zou kunnen zijn veroorzaakt. Er is geen gebrek ontdekt dat niet is veroorzaakt zou kunnen zijn veroorzaakt door het spoorwegongeval.

Getuige verklaarde verder welke maatregelen hij had getroffen om het kruipen van den spoortrein tegen te gaan. In den laatsten tijd was er niet veel werk voor onderhoud van den spoorweg op het onderwerpelijk vak nodig, vroeger meer. Een week of vier voor het ongeval waren er nog onderhoudswerkzaamheden verricht. Het schouwen van den weg geschiedde iedere dag.

Eén uur voor de komst van trein 4 heeft getuige den weg nog geschouwd en in orde bevonden. Tusschen 2 en 4 uur heeft hij geschouwd. Voor de kon. trein is eerst een andere trein gepasseerd. Ook deze getuige weet geen omstandigheden als oorzaak van het ongeval te geven.

Wegwerker Van Loosbroek
De derde getuige wegwerker Van Loosbroek, belast met de bewaking van particuliere overwegen, heeft nagegaan of alle afsluithekken aan den spoorweg behoorlijk gesloten waren en alles in deze voor het ongeval behoorlijk in orde bevonden. Ook heeft hij niets bijzonders opgemerkt hetgeen met het ongeval in verband staan kon. Ook aan den trein bij het passeren heeft hij niets onregelmatigs opgemerkt. Ook heeft hij langs den weg niets opgemerkt dat kon doen denken aan kwaadwilligheid.

In september 2018 is in het blad Het Kromme-Rijngebied een artikel van 27 pagina’s verschenen over 150 jaar Staatslijn H. U kunt deze uitgave bestellen op de website van de Historische Kring Tussen Rijn en Lek